Bijdrage van: een vrouw van 28 jaar.
Bijdrage van een vrouw van 28 jaar.
Ik weet al een aantal jaar dat ik BDD heb, en ben in de afgelopen 8 jaar van psycholoog naar psycholoog gegaan.
Al in mijn puberteit merkte ik dat er iets niet aan mij klopte. Ik was ontzettend perfectionistisch, was altijd bang het niet goed genoeg te doen, niet slim genoeg, aardig of leuk genoeg te zijn. Op zich zijn deze gevoelens in de puberteit niet heel gek, maar bij mij sloeg het door en ik kreeg verschillende dwanggedachten om mezelf ‘in controle’ te houden wanneer ik leuk, slim of goed moest zijn. De gedachten richtten zich nog niet echt op het uiterlijk. Ik denk dat rond mijn 16e mijn gedachten in verschillende dwangstoornissen hadden kunnen uitmonden, maar het is uiteindelijk BDD geworden.
In tegenstelling tot anderen met BDD had ik altijd al het gevoel dat mijn gedachten niet klopten, maar toch kon ik niet anders dan me erdoor te laten meeslepen.
Op mijn 18e ging ik voor het eerst naar een psycholoog, maar omdat ik toen ook niet goed onder woorden kon brengen wat nou precies mijn probleem was, werd ik daar vrij snel afgewimpeld. Ik had het al wel altijd over mijn dwangen en mijn dwanggedachten, termen die ik nu nog altijd gebruik. Op mijn 20e ging ik weer naar een psycholoog waar ik werd behandeld voor een dwangstoornis. Dit hielp weinig, omdat ik me niet aan de therapie over durfde te geven.
Daar ben ik doorgestuurd naar een therapeute die mensen met een stoornis in de lichaamsbeleving behandelde. Ik betrok de therapie niet op mezelf, omdat ik ergens toch wel wist dat mijn gedachten niet klopten…?!
Op dit moment zit ik bij een hele fijne therapeute, maar hoe ik er ook mee bezig ga: de gedachten verdwijnen niet, maar worden naar mijn idee zelfs erger.
Gedachten waar ik last van heb kunnen wisselen. Ze richten zich niet altijd op hetzelfde lichaamsdeel, maar zijn wel altijd op mijn uiterlijk gericht. Als ik rustig nadenk en in de spiegel kijk, vind ik mezelf een knappe vrouw. Maar zo moet het blijven! Ik ben bang om lelijk en ouder te worden en niet meer perfect te zijn en alles wat ik doe kan me opeens lelijk maken. Ik probeer dan ook al mijn handelingen zo goed mogelijk onder controle te houden en voel aan mijn gezicht of check 100 keer per dag in de spiegel of het niet erger is geworden (checkte; op dit moment hebben we alle spiegels al een paar weken uit het huis verbannen, waardoor ik echt minder in de spiegel kijk.) Want als ik lelijk ben, dan ben ik niets meer waard! Op dit moment heb ik een paar gedachten die eruit springen en waar ik dus ook steeds naar kijk en aan denk. Ik ben ontzettend bang om rimpels in mijn bovenlip te krijgen, waardoor ik de neiging heb om heel geforceerd te eten, drinken en praten. Ook ben ik bang dat mijn tanden geler worden, dus ik mag nog maar een paar keer per dag wat eten. Daarnaast ben ik gefocused op het erger worden van mijn rode wangen. Sinds een paar jaar geleden de schoonheidsspecialiste tegen me zei dat ik aanleg heb voor couperose ben ik op internet gaan speuren wat het allemaal erger kan maken en probeer ik al die dingen angstvallig te vermijden. Maar ik doe het nooit goed, dus moet toch elke keer checken of het niet erger is geworden. Zo heb ik nog een heleboel andere gedachten, maar de intensiteit van de gedachten wisselt. De laatste jaren is het erg op het ouder worden gericht, vroeger was ik bijvoorbeeld meer met mijn gewicht bezig.
Ik kan zo nog eindeloos doorgaan, maar de clou ervan is dat ik soms zo sterk het gevoel heb dat ik totaal vastzit! Ik ben een slimme meid en weet ergens dat mijn gedachten niet kloppen, maar toch laat ik mijn leven er zo door beheersen. Mijn blik is niet op de omgeving gericht, maar altijd op mezelf en daardoor leef ik niet voluit.
Ik heb in de loop der jaren veel inzicht gekregen in mijn dwanggedachten en in de werking ervan, maar de gedachten zelf gaan niet weg! Als ik rustig ben, kan ik tegen mezelf zeggen: ‘het klopt niet, het zijn je dwangen maar, en al zou het zo zijn, wat maakt het uit dat je een beetje rood gezicht hebt… ‘ Maar zodra ik iets moet doen (en dat iets kan al het kleinste ding zijn: een mail sturen naar iemand, werken, afspreken met vriendinnen) vlucht ik in mijn gedachten om zo onbewust controle over de situatie te houden. Nu heb ik er bijvoorbeeld ook veel last van, want het stuk wat ik schrijf MOET perfect zijn…
Ik hou wel hoop dat het ooit overgaat. Ik heb alle dingen in mijn omgeving ontzettend mee: een superleuke en lieve vriend, een warme familie, heel veel leuke vriendinnen, een leuk huis, goede baan, ik ben intelligent en heb van mezelf een opgewekt en vrolijk karakter. Ik hou van humor, en moet ook vaak met vrienden en m’n vriend lachen om die idiote gedachten. Veel vriendinnen weten waar ik last van heb, dus ik kan er gelukkig erg open over zijn.
Ik blijf positief denken en blijf ertegen vechten.
Augustus 2005.
*Reacties op deze bijdrage kunnen worden gegeven via de beheerder of via het forum.
Bijdrage van een vrouw
uit 1962
Als oprichter van deze site voel ik me verplicht ook een persoonlijke bijdrage leveren. Op zich heb
ik genoeg te vertellen. Dat is niet het probleem. Het is wel lastig om
dingen zo te vertellen dat ik me daar nog veilig bij voel. Het is
tenslotte voor het eerst dat ik (bijna) mijn hele hebben en houden aan
wildvreemden toevertrouw, en dat is heel dubbel. Aan de ene kant
heerlijk om zo je hart te kunnen luchten en hopelijk met anderen in
contact te komen. Aan de andere kant is het armoe troef omdat ik
kennelijk niet in staat ben om mijn problemen op een andere manier
kenbaar te maken aan de wereld om me heen. Anonimiteit en veiligheid
zijn de toverwoorden op deze site. Afgeschermde gegevens, een beveiligd
gastenboek, geen inkijk in het forum zonder registratie… Het
komt wel vaker voor, maar voor mensen met BDD is het een absolute
voorwaarde om de stap naar anderen via dit medium te durven zetten.
Onze angsten zijn onovertroffen heftig en dat is pijnlijk. Voortdurend
verwachten we een genadeloze ontmaskering, waarbij de schaamte voor ons
uiterlijk en de schaamte voor die schaamte (die we in wezen zelf ook
maar vreemd vinden en waar we niet vrijwillig aan onderworpen zijn)
onze grootste vijanden zijn. Ik kan er over meepraten. Ik weet pas
sinds januari 2005 dat ik BDD heb. Daarvoor had ik er nog nooit van
gehoord, zoals zo velen bleek al gauw. Terugkijkend op mijn leven moet
ik helaas constateren dat ik zeer waarschijnlijk al vanaf mijn 14e jaar
achtervolgd wordt door BDD. Niet zo hevig als nu, maar elk jaar weer
een stapje verder in de verkeerde richting. Vreselijk! Wat een
rotleven. Vooral de laatste paar jaren waren een regelrechte hel. Ik
kon aan niets anders meer denken dan aan mijn problemen en liet steeds
vaker verstek gaan op m’n werk en bij afspraken. Vakantie
vieren werd onmogelijk. Ik was kapot in elke vakantie en kon het niet
meer opbrengen om dan ook nog eens de deur uit te moeten om mijzelf te
confronteren met anderen. Weten dat er iets niet klopt, maar totaal
geen benul hebben wat dat dan is. Het zo belachelijk vinden van jezelf
dat je wel uitkijkt om er ook maar iets van te laten merken aan
anderen. Een geheimzinnig dubbelleven leiden met vele maskers om het
verdriet te verbergen. Een keur aan smoezen om afspraken te ontlopen.
En tenslotte zo’n ontzettende hekel aan jezelf krijgen dat
het wel heel lastig wordt om nog te genieten van het leven. Het lezen
van een boek over dwangneuroses (Alles onder Controle, Lee Baer) bracht
mij voor het eerst bij de term BDD. Maar het was meteen raak. Dat hele
kleine hoofdstukje ging over mij!!! Ik ben nog nooit van m’n
leven zo geschrokken als toen. Geschrokken en opgelucht tegelijkertijd.
Eindelijk kon ik mijn absurde leven verklaren. Het boek van Katherine
Phillips was de tweede bevestiging die ik kreeg. Veel herkenning en nu
ook een duidelijke uitleg. Direct vanaf het moment dat ik besefte wat
ik had, knapte ik volledig af. Al mijn moeheid van de jarenlange strijd
manifesteerde zich ineens voluit. Werken ging en gaat niet meer tot op
heden. Mijn sociale leven is beperkt tot heel af en toe een bezoekje.
Ik heb me teruggetrokken in mijn veilige huis, omdat ik het gevecht
niet meer aan kon/kan en hulp nodig heb. Ik was en ben soms nog
radeloos en doodnerveus, omdat ik weet dat dit heel serieuze gevolgen
heeft voor mijn leven, mijn partner, mijn familie, vrienden en mijn
werk. Ik ben ondertussen in behandeling in Leiden. Allemaal zeer
professioneel en prettig. Het is ook goed voor me , maar de toekomst is
wat mij betreft op dit moment nog erg onzeker. Ik verwacht dat ik nog
een lange weg te gaan heb.
_______________________________vervolg________________________________
November 2005
Drie maanden verder ondertussen en dus tijd voor een kleine update.
Gelukkig kan ik eindelijk enige verbetering bij mezelf constateren.
Anderen noemen het grote vooruitgang, zelf blijf ik liever nog wat
voorzichtig en benoem het wat minder expliciet, omdat ik nog steeds
rekening houd met een plotselinge terugval of stagnatie in het proces.
Wat is er in de afgelopen drie maanden gebeurd?
Ten eerste is het met mij zelf sinds eind september merkbaar aan de
beterende hand. Vanaf eind juni heb ik op de maximale dosis citalopram
gezeten en ervaar ik sinds eind september de positieve effecten
daarvan: ik ben rustiger in mijn hoofd, minder angstig en vooral ook
onverschilliger in dingen. Dat onverschilliger zijn uit zich op meer
terreinen dan alleen mijn onzekerheden qua uiterlijke verschijning en
dat maakt dat je je wat relaxter gaat opstellen in het leven. Dat
laatste is best even een vreemde gewaarwording voor iemand die altijd
elk detail van haar leven onder controle wilde hebben. Ik laat nu dus
af en toe een steekje vallen, vergeet wel eens wat of stel iets uit tot
later. Ik zet mezelf minder onder druk en sta niet meer constant op
scherp. Ik slaap goed, krijg weer zin om dingen te gaan doen en ook het
lef om dat dan te volbrengen begint langzaam aan terug te keren,
waardoor ik de laatste paar weken wat minder de kluizenaar ben die ik
tot nog toe was. Waarom ik dat dan toch niet als grote vooruitgang durf
te bestempelen? Omdat dit allemaal nog op mijn eigen gekozen momenten
gebeurt en in mijn eigen bedaarde en veilige tempo zonder vaste
verplichtingen/verwachtingen zoals het werk of andere zaken. Dat geeft
zoveel vrijheid van handelen dat er weinig druk op staat. Een soort
beschermde status van leven noem ik het maar. Mijn eigen
privé sociale werkplaats of iets dergelijks. Het prolongeren
van deze vooruitgang in mijn leven naar het oude leven vol
verplichtingen is voor mij nog een schier onmogelijke taak op dit
moment. Ik verlang er wel naar om dat weer te kunnen en ben er ook
gemotiveerd voor om het te proberen, dat is alvast wat. De weg die ik
nog te gaan heb is wel iets ingekort ondertussen en dat is winst. De
obstakels die zijn overwonnen moet ik nu achter me zien te houden en de
obstakels die nog komen moet ik niet vrezen maar op hun falie geven.
Laten zien dat ik sterker ben dan die hersenspinsels is moeilijk maar
geeft wel veel voldoening. Daar put ik dan weer moed uit voor de
volgende stappen.
Ten tweede gaat het met de site ook dagelijks beter. Het
bezoekersaantal is hoog en de ontvangst en bekendmaking van de
informatie bij andere sites verloopt vooralsnog voorspoedig. Ook de
aandacht in de media is op dit moment groeiende, en dat is iets waarvan
ik hoop dat het structureel gaat worden zodat BDD over.... jaar
wellicht een algemeen bekend ziektebeeld zal zijn.
_______________________________vervolg________________________________
November
2006
Ik ben alweer een jaar verder nu en heb goed en slecht nieuws. Het
goede nieuws is dat ik mezelf steeds beter leer kennen en begrijpen. Ik
kan mijn eigen gevoelens en gedrag steeds beter analyseren en uitleggen
en ik heb ook door waarom dingen soms gaan zoals ze gaan. Het slechte
nieuws is, dat ik nog steeds maar heel weinig controle over mijn gedrag
heb en ik de kennis en inzichten dus wel tot mijn beschikking heb, maar
het niet kan toepassen, of in elk geval niet structureel en langdurig
kan toepassen. Dat frustreert en is ontmoedigend omdat er zo altijd na
een goed moment ook weer een terugval op de loer ligt, klaar om toe te
slaan.
In het voorjaar van 2006 is een soort poging gedaan om weer aan het
werk te gaan. Kort gezegd: dat is een fiasco geworden. De angst nam al
voor de daadwerkelijke poging weer de overhand en het hele experiment
is afgeblazen. Wat volgde was een enorme dip van een paar maanden, wat
weer is uitgemond in een aanmelding voor een klinische behandeling in
een kliniek voor angststoornissen. De wachtlijst daar is lang en in de
tussentijd is de EMDR weer opgepakt om mijn diepste gevoelens
te
bereiken en dat valt nog niet mee. Evengoed lijkt dat wel enige
vruchten af te werpen (ik zeg het expres voorzichtig) en mag ik
eindelijk van mezelf huilen, boos worden en andere gevoelens tonen die
voorheen door mijzelf en mijn omstandigheden hermetisch waren
afgesloten om maar niet geraakt te worden en het vol te kunnen houden.
Ik voel me bij die gevoelens een nieuw mens. Het is wennen, maar wel
heerlijk om gevoelens te ervaren. De band met mijn maatje is heel close
geworden en met diverse anderen (lotgenoten vooral) onderhoud ik ook
mooie en soms zelfs intieme contacten (in de goede zin van het woord).
Mijn diagnose is inmiddels ook wat breder dan alleen maar BDD (alsof
dat nog niet genoeg is nee). Naast een ernstige vorm van BDD (hoge
score in verhouding tot anderen) heb ik ook een een recidiverende
depressie (gedeeltelijk in remissie), een gegeneraliseerde sociale
fobie en een post traumatische stress stoornis. Als je het zo bekijkt
doe ik het nog niet eens zo slecht en is het ook niet gek dat herstel
veel tijd vergt. Herstel is mogelijk, maar op korte termijn niet te
verwachten is wat nu de conclusie van de psychotherapeut is. Of het ook
echt zal lukken om volledig te herstellen zal van veel dingen afhangen
en is niet te voorspellen of te garanderen. Daarom maar voorzichtig
optimistisch om niet teleurgesteld te raken. Op die manier valt
het eerder mee dan tegen en bescherm ik mezelf tegen
al te
vrolijke toekomstverwachtingen.
Bijdrage
van:
een vrouw van 48 jaar
Al vanaf mijn vroege puberteit vind ik mijzelf zonder make-up lelijk.
Mèt make-up ben ik voor mijn gevoel wie ik ben. Daar voel ik
me thuis bij.
Ik ben inmiddels 48 jaar. Gedurende al die jaren ben ik me de gehele
dag door bewust van mijn ogen, die ik zonder make-up absoluut lelijk
vind. Altijd is er de grote angst dat er zich een (blijvende) situatie
kan voordoen dat ik me niet kan opmaken òf dat ik in een
situatie kom dat ik nog niet opgemaakt ben. Dat ik me dan moet tonen
zoals ik er werkelijk uitzie. Dan ben ik bang, bang om door de mand te
vallen, bang om afgewezen te worden. Ik zie er tegenop om naar bed te
gaan, want dan gaat mijn make-up eraf en ik zie er tegenop om op te
staan, want dan heb ik geen make-up op. Ik zie er dan tegenop om mezelf
in de spiegel te zien en/of huisgenoten aan te kijken. Daarom breng ik
altijd een ietsiepietsie oogpotlood voor de nacht aan. Maar
dàt vind ik zelfs voor de nacht niet genoeg. Dan vind ik
mezelf nog lelijk. Maar daar moet ik het dan meedoen, van mezelf. Ik
zou dolgraag geen make-up nodig willen hebben. Maar dat heb ik
wèl nodig. Met make-up heb ik eigenlijk wel leuke ogen. Maar
zonder make-up heb ik fletse ogen. Nu wil het geval ook nog dat de
laatste jaren mijn wimpers dunner zijn geworden en er stukjes wimper
ontbreken op de bovenste oogrand. Dat staat niet fraai. Ik weet zeker
dat een ander dat ook zo zal vinden/zien.
Er zijn tijden geweest dat ik om de haverklap in de spiegel keek en er
zijn tijden geweest dat ik spiegels zoveel mogelijk vermeed. Nu kijk ik
wel in spiegels op een gewone manier en soms vermijd ik ze. Er was een
tijd dat als ik in de spiegel keek, ik zó ontzettend schrok
van mezelf, dat het (angst)zweet me uitbrak. Daar speelde ook het ouder
worden van het uiterlijk in mee. Nu is dat allemaal wat rustiger, maar
dat komt mede door medicatie en het toch ietwat reëler
benaderen. Al jaren zou ik permanente make-up willen laten aanbrengen.
Maar ik durf niet goed. Want dan moet ik zonder make-up, dan
zién ze me zonder make-up; is het resultaat wel
bevredigend?; stel niet, dan heb ik echt een probleem (zèlf
gemaakt) en kan ik me daarna wel in het openbaar vertonen? Echte
make-up mag je namelijk de eerste weken nog niet gebruiken, hoe moet
dat dan?
Nu ben ik voorzichtig begonnen met therapie te volgen om de BDD te lijf
te gaan. Aan de ene kant vind ik dat juist, dat ik nu zo langzamerhand
mezelf ècht moet accepteren en aan de andere kant denk ik:
Waarom moet ik het mezelf zo moeilijk maken? Waarom geen permanente
make-up? (Ik weet (bijna) zeker dat ik dolblij zou zijn met permanente
make-up.) Waarom moet alles bestreden worden? Ik heb al zoveel in mijn
leven in mezelf bestreden: obsessieve compulsieve stoornis
(dwanggedachten en dwanghandelingen), smetvrees, angst om uiterlijk
gezien ouder te worden, chronische dagelijkse lichamelijke pijn etc.
Deze angsten zijn alle drie nu bestreden en de pijn voor een deel. En
nu moet ik wéér. Ik ben het moe. Ik ben het zat.
Maar ik wil ook zo graag vrede hebben met mijn make-uploze uiterlijk.
Soms is de behoefte groot om alles op te geven. Maar mijn verstand zegt
dat dát echt te gek voor woorden is. Want
wáár hebben we het feitelijk over. En
tòch, voor mij is het zó belangrijk. Bijna van
levensbelang. Tja, ik ben er nog niet …
Bijdrage van: een vrouw
die inmiddels haar
BDD onder controle heeft en ook een bijdrage
heeft geplaatst als ex-patiënt.
De BDD-chronologie van een vlinder
Mijn eerste rimpel
Het is eind jaren negentig. Ik sta voor de spiegel
in de daglichte badkamer van mijn ex-vriend. Onder mijn rechteroog zie
ik een lijntje dat daar niet hoort te zitten. Walging. Paniek. Ik zie
mezelf er nog staan die eerste keer. Én ál die
honderden keren erna. Voor die spiegel, kijkend naar die rimpel. In
alle mogelijke lichtvallen zit die daar onder mijn rechteroog. Ik kan
er niet omheen, hij dringt zich aan me op. En dwingt me keer op keer
terug naar de spiegel te gaan: 'Misschien valt het nu wel mee!' Maar
het valt vrijwel nooit mee, maar zwaar tegen. Ik ontdek ook andere
rimpeltjes. En mocht mijn spiegelbeeld me bij hoge uitzondering een
keer wél meevallen, dan zorgt de volgende blik in de spiegel
er wel voor dat ik zeker weet dat ik me zojuist heb vergist.
Patroon
Vanaf dat moment is het patroon steevast dat ik in subtiel verwoorde
vragen geruststelling zoek bij mijn ex-vriend, mijn familie en
vrienden. Maar hoe vaak ze ook zeggen dat ze niks zien, geen lijntje
niks, ik geloof ze niet: ze kijken verkeerd of zijn niet eerlijk uit
liefde voor mij, etc. Ik vergelijk mijzelf met iedereen. En ondertussen
wisselen perioden van extreem vaak spiegel kijken en perioden van ieder
spiegelend oppervlak consequent ontwijken zich af.
Ik word steeds vaker gevangen door de gedachte dat ik afschuwwekkend
lelijk ben en, door de aftakeling die is ingezet, alleen nog maar
lelijker zal worden. Een onhoudbare situatie, een ontwikkeling die ik
niet controleren kan. Hoe hard ik dat ook probeer door keer op keer
kortstondig te geloven in de mogelijke werking van dit-of-dat
wondercrèmetje of rimpelpadje. Maar er is steeds geen
positieve verandering in mijn spiegelbeeld waar te nemen en ik raak
steeds radelozer.
Sociale leven
Ik probeer mijn dagelijkse en sociale leven voort te zetten, maar dat
is bijna niet te doen. Hoe vaak ik ook tegen mezelf zeg dat ik uit meer
dan mijn uiterlijk besta, ik raak in paniek als iemand me aankijkt in
een gesprek, te dichtbij me zit, want dan ziet hij of zij dat
afschuwwekkende gezicht. Zal hij of zij denken: zij wordt ook snel oud,
een vergane bloem, etc. Daar kan geen interessante bezigheid of 'mooi'
innerlijk tegenop.
Steeds sneller en heftiger begin ik te blozen. Mijn huid brandt, alsof
mijn gezicht keer op keer ontvlamt. Op die momenten kan ik niet anders
dan wegvluchten. In het beste geval door mijn gezicht iets af te
draaien of enkele stappen naar achteren te doen. In het slechtste geval
door naar het toilet te hollen om daar mijn vuurrode, gerimpelde
gezicht aan te kijken en in complete paniek in huilen uit te barsten.
Op zo'n moment besluit ik meestal dat ik weg moet. Naar huis. En soms
denk ik dat het misschien beter is als ik helemaal weg ben.
Actie
'Er is iets aan de hand met mijn huid. Ik heb een extreem droge huid,
daardoor krijg ik die rimpels.' Met die gedachte ga ik naar de
huisarts. Zo formuleer ik het natuurlijk niet, want als ik over mijn
rimpels begin, stuurt hij me vast meteen weer naar huis. Hij luistert
serieus en bekijkt mijn huid. Zijn diagnose: 'Ik denk niet dat er iets
mis is. Ik zie slechts licht erytheem (roodheid).' Ik mag toch naar de
dermatoloog, omdat ik laat blijken erg ongerust te zijn.
De dermatoloog ziet weinig schokkends, behalve opnieuw die lichte
roodheid. Ik wil het uitgillen: 'Kijk dan goed! Doe iets! Zo kan ik
niet door!' Mijn gezicht voelt verbrand en als een gebroken gipsen
masker tegelijk. De focus verplaatst zich dan ook steeds, van het beeld
totaal gerimpeld te zijn naar het beeld van dat vuurrode gezicht. En
soms zie ik het gecombineerde beeld als ik in de spiegel kijk.
Uiteindelijk krijg ik na subtiel aandringen antibiotica tegen die
'lichte roodheid', die in mijn ogen inmiddels is uitgegroeid tot
dramatische roodheid.
Een nieuw begin
Ondertussen lees ik ergens in de krant een artikel over 'ingebeelde
lelijkheid'. De term vind ik beslist niet op mij slaan, ik weet zeker:
er is niets ingebeelds aan. Maar de klachten die samenhangen met je
extreem bezorgd voelen over je uiterlijk komen me bekend voor. Ik bel
voor informatie. Als ik die doorlees, gaat een golf van herkenning door
mijn lijf. Niet veel later zit ik met een verwijzing van de huisarts in
de spreekkamer in het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC). Veel
vragenlijsten verder blijk ik inderdaad te lijden aan Body Dysmorphic
Disorder. En ja, BDD ís te behandelen, zo krijg ik te horen.
Het voorstel is een drietrapsraket. Eerst een paar maanden
antidepressiva slikken (de SSRI cipramil), om de emoties enigszins tot
rust te brengen. Zodat je na die periode een goede uitgangspositie hebt
om cognitieve gedragstherapie te volgen. Ik kan me vinden in het
behandelplan. Al ben ik erg bang om met medicijnen te beginnen.
Antidepressiva hebben veel mogelijke bijwerkingen, waaronder
roodheid/geïrriteerdheid van de huid. In mijn geval is dat de
bijwerking waarvoor ik het meest bang ben.
Plus, om goed het effect van de antidepressiva te kunnen meten, moet ik
stoppen met die antibioticatabletten. Die gebruik ik immers om een
vermeend fysiek probleem op te lossen, terwijl de gedachte is dat het
probleem grotendeels geestelijk is. Om dat te kunnen ontdekken, moet je
één pad tegelijk bewandelen. Een gelijktijdige
wandeling over een parallelpad (doorslikken van de antibiotica) zou
alleen maar de behaalde resultaten op de hoofdweg (door antidepressiva
in combinatie met cognitieve gedragstherapie) vertroebelen. Vol angst
en met tegenzin stop ik met de antibiotica en start met de
antidepressiva.
Start medicijnen
Samen met de psychiater, eveneens op de afdeling Psychiatrie van het
LUMC, werk ik stapsgewijs toe naar de juiste dosering. 'De eerste weken
zullen moeilijk zijn', wordt me verteld en dat is ook zo. Je voelt je
al op je rotst als je begint, je houdt het al tijden niet meer met
jezelf uit en toch ben je dat verplicht om te komen tot een goede
werking van de antidepressiva. Het is immers zo dat het minimaal twee
weken duurt, en bij angstklachten als bij BDD minstens een maand,
voordat resultaat merkbaar is. Plus, je kan niet gelijk met de optimale
dosering starten. Dat vraagt iets te veel van lichaam en geest, dus
moet je het rustig opbouwen.
Na ongeveer een maand begin ik verandering te bespeuren, niet in mijn
spiegelbeeld, wél in mijn reactie daarop. Ik voel me minder
intens verdrietig, en er sijpelt wat hoop doorheen: misschien lukt het
me ooit uit dat zwarte gat te kruipen. Ik ga ervoor en heb het grote
geluk een partner te hebben die precies doorheeft wat er met me aan de
hand is. Helaas, hij kan mijn probleem niet oplossen, maar hij gaat
gelukkig wel pal naast me staan.
Start cognitieve therapie
Je kunt slim genoeg zijn om je gedachten met je eigen
theorieën te onderbouwen, je gedachten hoeven niet altijd te
kloppen. Daarom leer ik ze te onderzoeken bij het cognitieve deel van
de therapie. Vooral de gedachten van 'als dit, dan dat' zijn bij mij
erg hardnekkig. Met als centrale gedachte: 'Als ik aftakel, keert
iedereen zich van mij af.' Tegelijkertijd kat ik mezelf af om het feit
dat ik me om dit soort gedachten zo druk maak, kostbare tijd verdoe.
Dat helpt ook niet echt, die gedachten laten zich echt niet zomaar
afserveren door mijn gemopper. In tegendeel.
Samen met mijn psychotherapeut probeer ik dit proces te doorbreken, met
name door de gedachten en gevoelens die die gedachten oproepen uiteen
te rafelen. Regelmatig stap ik na zo'n sessie verlicht de kamer uit met
het idee: 'Had ik dat niet zelf en eerder kunnen bedenken?!' Nee dus,
dat wordt snel duidelijk als diezelfde dag of de volgende dag die nare
gedachten en gevoelens weer de kop opsteken.
Ze zitten vastgeroest in je systeem en het is een heel geknutsel om dat
systeem iets anders te programmeren, zodat er weer mee te werken valt
en je niet het hele systeem hoeft te vernietigen. Zoiets duurt lang,
heel lang, is mijn ervaring. Ik prijs me gelukkig dat ik de juiste hulp
heb weten te vinden, want op een bepaald moment loopt je computer door
je eigen geklooi zo in de soep dat je die zonder een professional niet
meer gerepareerd krijgt.
Start gedragsherapie
Dit deel van de therapie geeft mij inzicht in mijn BDD-gedrag: het
ontwijken van de spiegel, of juist extreem vaak spiegel kijken, het
wegvluchten uit mijn sociale omgeving naar mijn eigen 'veilige' hoekje,
mezelf continu vergelijken met anderen, alle acties die ik onderneem om
de onvolkomenheden weg te poetsen en/of verergeren ervan te voorkomen
(van alle mogelijke crèmetjes tot artsenbezoek), zoeken op
het internet naar informatie over mijn fysieke problemen en eventuele
oplossingen daarvoor. Uren per dag besteed ik aan het denken over mijn
uiterlijk en dingen doen om mijn uiterlijk te verbeteren.
Exposure (blootstelling) moet ervoor zorgen dat ik dit ingesleten
gedrag ga doorbreken. En dat is doodeng. Eigenlijk oefen je gedrag dat
totaal tegennatuurlijk voelt. Niet in de spiegel mogen kijken, een dag
geen crèmetjes kopen en op je gezicht mogen smeren, niet
naar geruststelling op internet mogen zoeken als je het niet uithoudt
van ongerustheid, het zijn enorme opgaven. Het lijkt een verslaving, of
meer een voorwaarde om te kunnen leven. Terwijl je diep van binnen ook
weet dat het je juist belemmert in je dagelijkse functioneren, word je
doodsbenauwd bij de gedachte het niet te mogen doen.
Ik oefen en oefen, soms gaat het goed, soms raak ik er compleet van
overstuur. Ik blijf op die verjaardag zitten, probeer antwoord te geven
op vragen, terwijl ik alleen maar denk aan hoe warm ik het heb, hoe
vuurrood mijn gezicht is, hoe afgrijselijk de persoon tegenover mij mij
eruit vindt zien, hoe weinig zin het heeft dat ik iets vertel, omdat er
toch alleen aandacht voor mijn lelijke gezicht is, etc. Ik vlucht niet
weg, ook al voel ik me te min. En soms krijg ik opeens even het besef
dat ik daarmee mezelf overwin en ervaar ik momenten van meer
vertrouwen, in mezelf en in mijn toekomst.
Ups en downs
Inmiddels slik ik de SSRI sertraline, omdat een storende bijwerking van
cipramil bij mij was dat ik er ontzettend moe van werd. Hoewel dit ook
de voornaamste bijwerking is die ik van sertraline ervaar, is de mate
waarin minder. Na een tijd gaat het beter met me. Zó goed
dat ik besluit te stoppen met mijn medicijnen. Zonder goed overleg met
mijn psychiater bouw ik af. Ik kan iedereen aanraden dat
nóóit zélf te doen!
Hoewel ik het in eerste instantie goed red zónder, glijd ik
heel stiekempjes af. Zonder dat ik het doorheb, beland ik in een zware
depressie. Gekoppeld aan mijn BDD-angsten zie ik geen uitweg meer, ik
wil dood. Of toch niet? Blijkbaar niet, want ik ga weer vechten. Ik
moet van vooraf aan met antidepressiva beginnen. Ik voel me weken
hondsberoerd, zowel geestelijk als lichamelijk, maar weet er dankzij
intensieve begeleiding van mijn psychotherapeut en psychiater uit te
krabbelen.
Bodem gelegd
Een aantal jaar na het begin van de therapie en anderhalf jaar na de
hierboven beschreven depressie voel ik me goed. Ik heb mijn lijf en
geest leren kennen en geleerd met mezelf in de pas te lopen. En mijn
tred niet (te veel) te laten bepalen door wat de buitenwereld van mij
zou verwachten. De resterende BDD-klachten zijn beheersbaar. Ik geloof
niet dat ik klachtenvrij zal worden, temeer daar mijn angst zich niet
richt op één specifiek lichaamsdeel, maar op
'verlelijking door veroudering' in het algemeen. Met die angst leef ik
iedere dag, maar ik ben nu goed in staat mijn waarde buiten mijn
uiterlijk te zien en daarvan te genieten.
Ik voel de bodem die ik de afgelopen jaren in mezelf heb gelegd om
overeind te blijven staan op de wisselende golfslag van iedere dag.
Hoewel ik hoop de komende jaren in staat te zijn deze bodem met nog wat
extra stenen te kunnen versterken, ben ik voor dit moment tevreden met
het resultaat. Mensen die nu in hun heftigste en pijnlijkste BDD-fase
zitten, kunnen waarschijnlijk moeilijk voorstellen dat zij ooit ook dit
gevoel zullen bereiken. Zij zullen denken dat zij, in tegenstelling tot
alle andere mensen met (BDD-)klachten over hun uiterlijk,
wél écht lelijk zijn. Troost je, die gedachte had
ik precies hetzelfde!! En nu ben ik in staat dít te
schrijven: Ik ben okay. Ik ben het waard om gezien te worden. En op de
dagen dat de spiegel me gunstig is gezind, zélfs wel een
beetje mooi.
Na de behandeling
Mijn psychotherapie is inmiddels in de afrondende fase beland. We
proberen nog zoveel mogelijk puntjes op zoveel mogelijk i's te zetten.
Onder andere door te leren dat mijn gedachten maar gedachten zijn en
niet wie ik ben. Om ze te begroeten en vervolgens de aandacht weer
terug te voeren naar het moment, naar het 'zijn'. Dat is van belang om
contact te houden met jezelf en je niet door negatieve gedachten weer
in een negatieve spiraal te laten duwen met een eventuele nieuwe
depressie en weer heftigere BDD-klachten als naar gevolg.
Ondanks dit alles weet ik dat mijn psychotherapeut en ik niet in staat
zijn op álle i's puntjes te zetten, was het alleen maar om
het feit dat in de toekomst nieuwe i's zullen opdoemen. Ondanks alles
wat ik de afgelopen jaren heb geleerd, maakt die gedachte me geregeld
bang. Ik weet niet hoe sterk die bodem blijft als ik straks klaar ben
met therapie en eventueel mijn medicijngebruik afbouw of zelfs helemaal
stop met slikken van antidepressiva. Of ik dan nog steeds als een
redelijk blije en tevreden vlinder rond durf te blijven vliegen.
Wordt vervolgd….
Vlinder.
Het gaat nu goed met vlinder, lees haar bijdrage op de pagina van
ex-patiënten.