DIAGNOSE


BDD wordt vastgesteld door gesprekken, tests en vragenlijsten. Het centrale kenmerk van de stoornis in de lichaamsbeleving (historisch bekend als dysmorfofobie) is de preoccupatie met een mankement in het lichamelijk uiterlijk. Het mankement is ofwel ingebeeld, of er is een kleine lichamelijke afwijking waaraan de betrokkene overdreven belang hecht. De opvatting heeft niet (voortdurend) de intensiteit van een waan. Dat wil zeggen dat de persoon de mogelijkheid kan erkennen dat het niet zo (erg) is als hij of zij denkt dat het is (APA, 1994). BDD wordt onder andere vastgesteld met behulp van bovenstaande definitie. Er is echter heel vaak sprake van co-morbiditeit (combinatie met andere stoornissen), waardoor het vaststellen van BDD lastig kan zijn.

Comorbiditeit
Een depressieve stoornis, sociale fobie en obsessief compulsieve stoornis komen veel voor naast BDD.
Er is discussie over de afgrenzing met stoornissen als sociale angststoornis, obsessieve-compulsieve stoornis en ook psychose. Binnen één patiënt kunnen klachten schommelen tussen deze drie polen. Ook de onbekendheid van BDD bij zowel leken als hulpverleners zorgt mede voor vertraging in het diagnosticeren.In epidemiologisch onderzoek is een associatie gevonden met depressie, sociale angst, paniek, obsessieve-compulsieve stoornis en psychose. Van patiënten met een stoornis in de lichaamsbeleving, voldoet ongeveer driekwart ook aan criteria voor een stemmings-of angststoornis. Bij 40% is er overlap met de diagnose sociale fobie, bij 30% is er overlap met obsessieve-compulsieve stoornis en bij 10% tenslotte is er overlap met paniekstoornis.

Bron: lumc.nl