TRICHOTILLOMANIE EN SKIN PICKING


mannenlichamen Trichotillomanie en skin picking disorder zijn beide impuls controle stoornissen. Deze stoornissen hebben enige gelijkenis met BDD, al zijn er ook belangrijke verschillen. Soms is er sprake van comorbiditeit met BDD. Ze worden ook wel gerekend tot de dwangstoornissen of het obsessieve-compulsieve spectrum, omdat ze worden gekenmerkt door dwangmatig zelfbeschadigend gedrag.

Diagnose trichotillomanie
Bij trichotillomanie is er sprake van het uittrekken van eigen haar, meestal uit de hoofdhuid maar ook wenkbrauw, oogwimpers of een combinatie daarvan. Dit gebeurt automatisch ('onbewust') of juist met gerichte aandacht. Meestal is er voorafgaande aan het uittrekken van de haren een gevoel van spanning, dat direct na het haren uittrekken overgaat in een tijdelijk gevoel van opluchting of bevrediging. Trichotillomanie patiënten geven echter vaak aan dat na dit prettige gevoel er schuldgevoelens en schaamte ontstaan. Trichotillomanie kan leiden tot kale plekken waar ook schaamte uit voort kan komen. Mensen die haren uittrekken bedekken daarom niet zelden het hoofd met een hoofddoek of petje.

Diagnose skin picking
Bij skin picking (of dermatillomanie) is er sprake van zelf toegebrachte huidbeschadigingen, door voortdurend krabben, peuteren, en uitknijpen van kleine afwijkingen (zoals pukkeltjes) en de gave huid. Er wordt regelmatig in de spiegel gecheckt hoe de huid eruit ziet. Patiënten met skin-picking controleren zichzelf in de spiegel. Net als bij trichotillomanie is er meestal voorafgaande aan het peuteren aan de huid een gevoel van spanning, dat direct na het peuteren overgaat in een tijdelijk gevoel van opluchting of bevrediging. Ook bij skin-pickers is er vaak sprake van schaamte en schuldgevoelens. Om de beschadigde huid te verbergen wordt kleding of make-up gebruikt, of mensen gaan de deur niet meer uit.

Controleverlies
Patiënten met trichotillomanie en skin picking disorder hebben vaak het gevoel de controle verloren te zijn en begrijpen niet waarom ze er niet mee kunnen ophouden. De drang om haren te trekken of aan de huid te peuteren is vaak zo groot, dat het voelt alsof er geen weerstand tegen geboden kan worden.

Behandeling
Naar de huidige stand van de wetenschap hebben medicatie met een serotonerge werking (antidepressiva) en gedragstherapie de voorkeur bij de behandeling van ongewenste gewoonten zoals trichotillomanie en skin-picking. Bij de gedragstherapie gaat het om de toepassing van een zelfcontroleprocedure. Patiënten krijgen procedures aangeboden die het hun mogelijk maken de gewenste gedragveranderingen zelf tot stand te brengen. Ze leren vaardigheden om hun gedrag te beïnvloeden en daardoor meer macht te krijgen over hun ongewenste gewoonte. Elementen van belang hierbij zijn een bewustwording van het gedrag, onder andere door een zelfregistratieprocedure, beïnvloeding van de keten van gedachten en handelingen die leiden tot het uitvoeren van het ongewenste gedrag, en het zelf kunnen toepassen van consequenties, nadat het gedrag heeft plaatsgevonden. Deze therapie wordt op de poli Angststoornissen van het AMC aangeboden in een groepsbehandeling die 1 keer per 2 weken gedurende 16 weken plaatsvindt. Uit eerdere ervaring met deze groepsbehandeling blijkt dat deze methode effectief is in het verminderen van de klachten: AMC psychiatrie

bron: AMC

Meer informatie:
http://nl.wikipedia.org/wiki/Trichotillomanie

http://nl.wikipedia.org/wiki/Dermatillomanie

http://www.huidinfo.nl/dermatillomanie.html