Ingebeelde lelijkheid?

De term Body Dysmorphic Disorder (BDD) of Body Dysmorphia, beschrijft een stoornis in de lichaamsbeleving. Mensen met BDD zijn geobsedeerd door lichaamsdelen die zij lelijk vinden zoals hun huid, haar, neus, spieromvang, meerdere lichaamsdelen of zelfs hun hele verschijning. Wanneer een obsessie met het uiterlijk een stressfactor is waarbij iemand niet meer goed kan functioneren, bijvoorbeeld in sociaal opzicht of op het werk, dan is het waarschijnlijk dat iemand de diagnose van Body Dysmorphic Disorder kan krijgen. 

Het aantal mannen en vrouwen met BDD is redelijk gelijk en het komt bij ongeveer 1 tot 2 procent van de mensen voor volgens de meeste onderzoeken. Volgens enkele onderzoeken zou dit percentage nog hoger kunnen liggen. Het ontstaat voornamelijk in de leeftijd van 11 tot 20 jaar. Als gevolg van deze preoccupatie kijken mensen met BDD ontzettend veel in de spiegel, of ze verwijderen juist alle spiegels uit hun huis om er nooit in te hoeven kijken. Lelijk gevonden lichaamsdelen worden bedenkt met make-up, een pet of een zonnebril, sommigen komen hun huis helemaal niet meer uit en anderen zijn zelfs suïcidaal. 

 

Geen ijdelheid

De ene persoon kan blijven functioneren waardoor het onopgemerkt blijft voor anderen. Voor iemand met een zwaardere vorm lukt dat niet. Het helpt niet als mensen zeggen tegen iemand met BDD dat hij zich geen zorgen hoeft te maken, want wat anderen denken en vinden heeft geen invloed op het zelfbeeld. Voor mensen uit de omgeving kan dit heel moeilijk zijn om te begrijpen. Sommige mensen met BDD hebben liever dat ze blind zijn, een arm missen of kanker hebben omdat mensen dan zouden geloven dat er iets mis met ze is, ze dan veel meer begrip kunnen krijgen en ze minder geïsoleerd raken. Het komt ook voor dat ze een lichaamsdeel dat ze lelijk vinden liever willen amputeren dan verder te leven met dat lelijke deel van zichzelf. Veel mensen met BDD durven het niet te vertellen aan hun omgeving en vaak niet eens aan de persoon die het meest dichtbij staat. De schaamte is zo groot omdat ze verwachten dat anderen het niet zullen begrijpen en ze overdreven ijdel vinden: ‘maak je je daar zo druk om? Stel je niet aan, je bent helemaal niet lelijk’. Ze zouden dan geen erkenning krijgen en zich erg onbegrepen en beschaamd voelen.

Ontstaansgeschiedenis

Ondanks dat er al ruime tijd over BDD wordt geschreven is het voor veel professionals nog onbekend terrein. ‘When I started my research, BDD was virtually unknown, even though it’s been described for more than 100 years.’ (Phillips, K. 2005) De eerste beschrijvingen van de stoornis in de psychiatriekwamen kort na de ontdekking van de fotografie in 1840. De stoornis werd bekend onder verschillende termen zoals, ‘psychosis of ugliness’, ‘madness of introspection’, ‘hypochondria of beauty’. In 1891 werd BDD voor het eerst beschreven aan de hand van de term ‘dysmorfofobie’ door de Italiaanse psychiater Enrico Morselli. Hij beschreef angsten en wanhoop van patiënten over vermeende misvorming. Emil Kreapelin beschreef in 1909 BDD als een mentale stoornis die leidt tot op schoonheid gebaseerde hypochondrie. Sigmund Freud kreeg ook te maken met BDD. Een patiënt die hij in 1930 behandelde omschreef hij als in beslag genomen door zijn neus waardoor hij niet in staat was te functioneren buiten zijn obsessieve gedachten (Brewster, K.2011). Er is relatief weinig onderzoek gedaan naar deze stoornis waardoor vele aspecten ervan nog onbekend zijn. De rede dat het zo nog zo weinig bekendheid heeft gekregen heeft te maken met dat veel mensen die de stoornis hebben hun gedachten geheim houden. Wanneer ze het wel delen wordt vaak gereageerd met het verzekeren dat de ander er wel goed uit ziet en zich geen zorgen hoeft te maken, waardoor het vervolgens niet meer wordt benoemd. Velen realiseren zich ook niet dat hun probleem psychiatrisch is, en zullen eerder hulp zoeken bij bijvoorbeeld een dermatoloog. In de afgelopen tien jaar heeft BDD inmiddels wat meer bekendheid gekregen door onder andere tv programma’s zoals Dhr. Phil, Brein Geheim, Lijf en leed van de NCRV en Je zal het maar zijn op BNN.

Vergeleken met andere stoornissen zoals bijvoorbeeld depressie, is er nog maar weinig onderzoek gedaan naar Body Dysmorphic Disorder. Als gevolg daarvan is dus ook weinig geschiedschrijving over BDD terug te vinden. Dit betekent echter niet dat BDD pas in deze of vorige eeuw is ontstaan. Wel is het zo dat uitgebreide literatuur over BDD pas van de laatste 10 jaar dateert. Onderstaande publicatie geeft een uitgebreider beeld van de ontstaansgeschiedenis en plaatsbepaling van BDD door de eeuwen heen. Het is een publicatie uit 'Tijdschrift voor Psychiatrie': A.M.E. van de Koolwijk - Van Bentum en J.F. Wilmink. In een ander artikel uit 'Tijdschrift voor Psychiatrie' over Body Dysmorphic Disorder wordt opgemerkt dat de eerste beschrijvingen van het ziektebeeld hun intrede deden na de ontdekking van de fotografie in 1840. Mensen konden zich toen voor het eerst vergelijken met andere mensen zoals filmsterren en modellen.