Officiële richtlijnen

Volgens de Diagnostische criteria van de DSM-IV-TR valt BDD; stoornis in de lichaamsbeleving onder de somatoforme stoornissen en is de criteria als volgt:

‘A. Preoccupatie met een vermeende onvolkomenheid van het uiterlijk. Indien er een geringe lichamelijke afwijking aanwezig is, dan is de ongerustheid van de betrokkene duidelijk overdreven.

B. De preoccupatie veroorzaakt in significante mate lijden of beperkingen in het sociaal of beroepsmatig functioneren of het functioneren op andere belangrijke terreinen.

C. de preoccupatie is niet eerder toe te schrijven aan een andere psychische stoornis (bijvoorbeeld ontevredenheid over de lichaamsvorm en omvang bij anorexia nervosa).’

American Psychiatric Association (2001).Beknopte handleiding bij de Diagnostische Criteria van de DSM-IV-TR. Lisse: Swets&Zeitlinger. P. 284

Diagnostic and Statistical Manual (DSM)

BDD werd voor het eerst in DSM-III beschreven onder de naamDysmorphophobia, en in DSM-III-R werd BDD als aparte stoornis onder verdeeld bij de somatoforme stoornissen. In DSM-IV werden aanpassingen gedaan aan de criteria vooral om de stoornis extra te onderscheiden van normale bezorgdheid over het uiterlijk, Anorexia Nervosa en Transseksualiteit. Ook werd er geen onderscheid meer gemaakt in of het een waanstoornis betrof of niet, omdat daar nog geen goed onderscheid in gemaakt kon worden en het belang daarvan verminderde. Tijdens het gebruik van DSM-IV is veel discussie geweest over woorden als ‘preoccupation’, ‘imagined’ en ‘defect’. Een juiste en passende beschrijving is nodig zodat het over de hele wereld zoveel mogelijk als hetzelfde geïnterpreteerd kan worden. Daarnaast moet het ‘patiëntvriendelijk’ zijn zodat het begrepen kan worden en omdat het onderdeel uit maakt van het helingproces van cliënten.

Uiteindelijk moet er meer onderzoek worden gedaan naar alle aspecten van BDD voor specificering van de criteria en verduidelijking van het onderscheid met andere stoornissen en met betrekking tot het waanachtige aspect. In de tussentijd zal de DSM-V verschijnen met de volgende veranderingen inde hoofdcriteria ten opzichte van de DMS-IV:

‘TABLE 1. DSM-IV diagnostic criteria for body dysmorphic disorder

A. Preoccupation with an imagined defect in appearance. If a slight physical anomaly is present, the person’s concern in markedly excessive

B. The preoccupation causes clinically significant distress or impairment in social, occupational, or other important areas of functioning

C. The preoccupation is not better accounted for by another mental disorder (e.g. dissatisfaction with body shape and size in Anorexia Nervosa)

PRELIMINARY RECOMMENDATIONS FOR DSM-V DIAGNOSTIC CRITERIA FOR BDD

(A) Preoccupation with a perceived defect(s) or flaw(s) in physical appearance that is not observable or appears slight to others.

(B) The preoccupation causes clinically significant distress (for example, depressed mood, anxiety, shame) or impairment in social, occupational, or other important areas of functioning (for example, school, relationships, household).

(C) The appearance preoccupations are not restricted to concerns with body fat or weight in an eating disorder.’

Katharine A. Phillips, M.D., Sabine Wilhelm, Ph.D.,e.a. (2010). Body Dysmorphic Disorder: Some key issues for DWM-V.Depression and Anxiety 27, 573-591

Dit citaat is afkomstig uit een artikel dat in 2010 is verschenen. Mogelijk is in de tussentijd een wijziging geweest. Belangrijk is dat BDD niet meer bij de somatoforme stoornissen wordt onderverdeeld zoals in de DSM-IV, maar obsessieve-compulsieve stoornissen (OCS) gezien de overlap van kenmerken en de behandelmethoden.