Onzekerheid of BDD?

Er zijn meerdere stoornissen die overeenkomsten en gelijkenissen hebben met Body Dysmorphic Disorder zoals Anorexia Nervosa, Obsessieve-Compulsieve Stoornis, Sociale Fobie, Depressie, Schizofrenie en Koro. Onderzoek hiernaar is belangrijk, bijvoorbeeld om na te gaan welke behandelingen effectief kunnen zijn voor BDD. Om BDD te kunnen signaleren is het belangrijk om te weten dat er overlap is met symptomen van stoornissen, en ook met kenmerken van de leeftijdsfasen puberteit en adolecentie.

Obsessieve-Compulsieve Stoornis (OCS): Kenmerkend voor OCS zijn terugkerende hardnekkige gedachten en ideeën en dwangmatige herhalende gedragingen. Obsessies en dwangmatigheden zijn ook kenmerkend voor BDD zoals het constant checken van het uiterlijk in spiegels en andere reflecties. Oog voor perfectie en symmetrie of bezorgdheid dat iets niet ‘juist’ is, zijn kenmerkend voor beide stoornissen. Ondanks de overeenkomsten blijkt uit onderzoek dat mensen met BDD meer sociaal angstig zijn, meer moeite hebben met sociale en intieme relaties, en meer depressief en suïcidaal zijn. Daarnaast zouden ze minder inzicht hebben in hun stoornis waardoor ze meer overtuigd zijn van de waarheid van hun eigen ideeën en gedachten dan mensen met OCS. Ongeveer 3 tot 37 procent van de mensen met OCS zou ook BDD hebben. Uit onderzoek naar de prevalentie onder familieleden en niet familieleden ten opzichte van OCS en BDD blijkt dat de stoornissen gerelateerd zijn.

Eetstoornissen (anorexia en boulimia):Een duidelijke overeenkomst met BDD is dat de lichaamsbeleving verstoord is en invloed heeft op het zelfvertrouwen, het functioneren en hoe iemand zichzelf waardeert als persoon. Net als bij een eetstoornis kunnen ongebruikelijk eten, overmatig trainen of diëten symptomen zijn van BDD, bijvoorbeeld om het gezicht minder breed te maken. Ze zijn gefixeerd op delen van hun lichaam en sommigen proberen deze te bedekken of verstoppen onder kleren. Ongeveer 12 procent van de mensen met BDD heeft ook een eetstoornis, en een andere overeenkomst is dat ze beide vaak in dezelfde leeftijdsfase ontstaan. Een verschil is dat aan mensen met BDD niets zeer opvallends te zien is aan het uiterlijk, terwijl mensen met anorexia te dun zijn of beginnen te worden. Negentig procent van de mensen met een eetstoornis zijn vrouwen, en voor eetstoornissen zijn niet dezelfde behandelingen even effectief als bij mensen met BDD. Een ander verschil is dat mensen met BDD zichzelf negatiever beoordelen en meer activiteiten vermeiden door hun zelfbeeld met betrekking tot hun uiterlijk.

Sociale Fobie: BDD deelt veel kenmerken met sociale fobie met als belangrijkste kenmerken sociale angst en vermijding. Bij beide stoornissen focussen mensen zich op een deel van zichzelf dat ze verkeerd vinden waarbij gevoelens van schaamte en verlegenheid ontstaan en preoccupatie met hoe anderen naar hen kijken en angst om negatief beoordeeld of afgewezen te worden. Symptomen van BDD zouden in sociale situaties veel kunnen verergeren en sommige mensen met BDD hebben alleen last van de stoornis in sociale situaties. Verschillend is dat sociale fobie meestal op latere leeftijd ontstaat en deze mensen vaak een lager opleidingsniveau hebben. Mensen met BDD zouden een grotere kans hebben op OCS, een eetstoornis of om opgenomen te worden in een psychiatrisch ziekenhuis. Een duidelijke verschil is het dwangmatige handelen dat BDD kenmerkt en sociale fobie niet. Ongeveer 12 procent van de mensen met sociale fobie hebben ook BDD en bijna 40 procent van de mensen met BDD heeft ook sociale fobie (ongerelateerd aan bezorgdheid over het uiterlijk). 

Depressie: Net als bij een depressie ontneemt BDD veel plezier aan het leven. Neerslachtigheid, verminderde concentratie, gevoelens van waardeloosheid en onvolkomenheid, weinig zelfvertrouwen, afwijzing van gevoelens, en gedachten aan de dood zijn symptomen die op beide stoornissen kunnen wijzen. Ongeveer driekwart van de mensen met BDD heeft of had een ernstige depressie. Een verschil is dat mensen met BDD vooral obsessieve preoccupaties en dwangmatige handelingen hebben. Gedeprimeerde mensen focussen juist minder, ook op hun uiterlijke verschijnen, en verwaarlozen dit eerder dan dat ze zich er zorgen over zullen maken ondanks dat ze niet tevreden zouden zijn met hun uiterlijk. Het is belangrijk om te realiseren dat mensen met BDD vaak gedeprimeerd zijn en dat BDD vaak voor komt bij een depressie. BDD is geen symptoom van depressie en de stoornissen hebben verschillen in behandeling.

Schizofrenie: Er zijn maar een paar overeenkomsten tussen schizofrenie en BDD. De belangrijkste is dat de helft van de mensen met BDD waanvoorstellingen hebben omdat ze er volledig van overtuigd zijn dat het idee dat ze hebben over hun uiterlijk waar is ondanks dat anderen het er niet mee eens zijn. Daarnaast is overeenkomstig het hebben van irreële gedachten zoals het onterecht denken dat anderen opvalt dat ze er lelijk uit zien en ze uitgelachen worden. Het verschil is dat de wanen bij BDD niet zo bizar zijn als bij mensen met schizofrenie en er geen sprake is van hallucinaties, wartaal, verward gedrag, en negatieve symptomen zoals weinig emotie en motivatie. Schizofrenie is verder niet gerelateerd aan BDD en wordt heel anders behandeld. 

Koro: Mannen die in paniek raken omdat ze denken dat hun penis krimpt of in hun lichaam verdwijnt en dat ze dood zullen gaan wanneer hun penis geheel is verdwenen hebben de stoornis Koro. Deze stoornis komt vooral voor in delen van Azië. Net als bij BDD hebben mensen met Koro en hypochondrie (angst om ziek te worden) een obsessie met betrekking tot hun lichaam omdat er iets mis mee zou zijn, en zoeken ze vaak medische hulp. Herhaaldelijk het lichaam controleren en bevestiging zoeken is kenmerkend. Bij BDD en Koro ligt de focus vooral op een defect in de uiterlijke verschijning, bij hypochondrie op een ziekte. Het verschil tussen Koro en BDD is de angst voor een dodelijke afloop, iets dat bij BDD niet voor komt. 

Kenmerken van de leeftijdsfasen

In de persoonlijkheidsontwikkeling of levensloopontwikkeling zitten periodes van onevenwichtigheid, de emotionele periode zoals de puberteit (11 tot 13 jaar) en de adolescentie ( 16 tot 18 jaar). De leeftijdsfase van jongeren tussen de 12 en 18 jaar is de jongerentijd waarin ze zich los hebben gemaakt van de kindertijd en zich, niet altijd zonder protest, aanpassen aan normen en gebruiken. Het belangrijkste in deze fase is de identiteitsontwikkeling. Jongeren proberen aan de hand van hun ervaringen over zichzelf en het leven een zelfbeeld te krijgen dat aanvaardbaar is voor henzelf en waarmee ze een acceptabele plaats in verhouding tot anderen kunnen innemen. In de puberteit beginnen veranderingen in de hormonale huishouding, en hoe verder in de jongerentijd, hoe meer lichamelijke veranderingen zoals geslachtsrijping, lengte, gewicht, beharing en figuur. Jongeren gaan zich daardoor meer met hun uiterlijk bezig houden, en de nadruk op het uiterlijk wordt ook versterkt door reclame en andere media waar ze gevoelig voor zijn op die leeftijd. Uiterlijk is op deze leeftijd een belangrijke factor in relatie met leeftijdsgenoten en identiteit en zelfbeeld zijn in hoge mate afhankelijk van de beleving van het uiterlijk. Het zelfbewustzijn groeit ook in het sociale leven en ze gaan zich meer vergelijken met leeftijdgenoten en volwassenen, en vinden het belangrijk door anderen geaccepteerd te worden. Zelfwaardering hangt af van zelfrespect en sociale status. Wordt men door anderen niet gewaardeerd dan draagt dit bij aan een negatieve zelfwaardering. Gepest worden op school is dus een trigger voor BDD. Er zijn wat dit betreft wel grote verschillen tussen mensen. De een is hier veel minder kwetsbaar voor dan de ander en er zijn mensen die bijna geen waardering van anderen nodig hebben. 

‘Volgens sommige theoretici is het streven naar een positieve zelfwaardering (en het vermijden van een negatieve zelfwaardering) het belangrijkste motief dat het menselijk gedrag drijft en stuurt. Zelfwaardering neemt in ieder geval een belangrijke plaats in de persoonlijkheidsontwikkeling.’ (Angenent, H. 2009. P.35)

Gezien deze kenmerken die horen bij de leeftijd, zijn jongeren dus extra kwetsbaar en lopen hierdoor een groter risico om BDD te ontwikkelen. Zichzelf meer met anderen gaan vergelijken is dus een kenmerk van de leeftijdsfase, maar dit kan ook (in extremere vorm) als symptoom worden gezien van BDD. Jongeren worden kritisch ten opzichte van de maatschappij in het algemeen, hun eigen milieu, gaan zich meer oriënteren op de wereld, en krijgen een ambivalente instelling tegenover de volwassenheid. Dit is allemaal onderdeel van de identiteitsontwikkeling, en omdat ze ook kritisch zijn naar zichzelf en hun waarden en normen steeds bijstellen door nieuwe inzichten en ervaringen zijn ze minder stabiel. Ondanks dat BDD vooral ontstaat bij jongeren is er nog niet veel verschil ontdekt tussen de eigenschappen van BDD bij kinderen en jongeren, en bij volwassenen. Daarnaast is er ook een grijs gebied tussen de zorgen van mensen met BDD en normale zorgen over het uiterlijk. Heeft een puber die zich zorgen maakt om zijn acne BDD? De beste manier om BDD van normale zorgen te onderscheiden zijn de criteria van de DSM-IV.

Voor jongeren is hun identiteit en zelfbeeld dus in hoge mate afhankelijk van het uiterlijk. Net als kritisch zijn tegenover zichzelf, verlegen en onzeker zijn, zichzelf vergelijken met anderen en veel bezig zijn met kleding en make-up is dit zowel kenmerkend voor de leeftijd als dat het signalen kunnen zijn van BDD, hoewel de mate daarin kan verschillen. Verder zijn het te laat komen op school, niet naar school komen en verminderende prestaties signalen die lang niet alleen op BDD kunnen wijzen maar ook op heel veel verschillende andere dingen waar een jongere mee te maken kan hebben of problemen mee ondervind. Dit maakt het extra lastig bepaalde problematiek te signaleren.