Omgang

Voor mensen die last hebben van psychische klachten is het belangrijk om te weten wat ze kunnen doen om er vanaf te komen. Steun van vrienden en familie speelt daarin een hele belangrijke rol. Voor direct betrokkenen zelf is het ook heel fijn te weten wat ze beter wel en niet kunnen doen of zeggen. Daarom bij deze een overzicht van belangrijke do’s en don’t met betrekking tot Body Dysmorphic Disorder.

Don't: Probeer niet te overtuigen van eigen ideeën of dat de persoon met BDD geen gelijk heeft

Het heeft simpelweg geen enkele zin om iemand met BDD te overtuigen als het gaat om zijn of haar uiterlijk. Wanneer je oprecht vind dat iemand er goed uitziet, kun je gerust zeggen dat jij dat vind. Maar doe dat niet te vaak of wanneer er duidelijk om bevestiging wordt gevraagd. Verwacht dan ook niet dat het iemands zelfbeeld veranderd. Wanneer je iemand met BDD er niet spectaculair uit vind zien (dat kan nou eenmaal ook), hoef je geen mening te geven over het uiterlijk van die persoon, maar kun je ingaan op de onterechte hoeveelheid zorgen.

  • Don't: Wordt niet boos en oordeel niet

    Mensen met BDD hebben te maken met een aangetast zelfbeeld, en daar hebben ze niet zelf voor gekozen. Ze zijn niet overdreven ijdel of op zoek naar aandacht. Ben je toch behoorlijk geïrriteerd door bepaald gedrag van iemand met BDD, lees dan hieronder verder.

     

    Don't: Geef geen bevestiging dat iemand er wel goed uit ziet

    Dit lijkt in tegenstrijd met het kunnen zeggen dat je iemand er goed uit vind zien, maar het gaat om het bevestigen ervan op het moment dat iemand met BDD daar continu om vraagt. Het zoeken naar bevestiging is voor iemand met BDD namelijk gedrag dat de gedachten daar om heen in stand zullen houden of verergeren.

     

    Don't: Zeg niet ‘Ik zie een klein beetje iets, maar het is niet zo erg...’

    Zeg NOOIT, ook niet op de meest subtiele manier, dat je iets ziet dat niet volmaakt is. Nooit. Wanneer iemand met BDD gigantisch in zit over bijvoorbeeld puistjes of een wat grote neus, reageer dan alleen op de onnodige bezorgdheid van deze persoon.Als je weet wat je in ieder geval niet moet doen, is het ook heel fijn om te weten wat je dan wel kan doen. Dit zijn enkele voorbeelden.

     

    Do: Voorzien van informatie

    Wanneer je weet dat een naaste te maken heeft met BDD, of wanneer je een sterk vermoeden daarvan hebt, is het belangrijk om deze persoon daarover te informeren. Omdat dit confronterend kan zijn, en de een meer inzicht heeft in zijn psyche dan de ander, is het belangrijk om ook te weten hoe je dat het beste kan doen. Belangrijk is om vanuit jezelf te spreken. Dus bijvoorbeeld niet ‘Jij hebt BDD’ maar ‘Ik denk dat jij last hebt van BDD’. Vervolgens kan je informatie laten zien waarvan je denkt dat dit het best duidelijk kan maken waarom je dat denkt.

     

    Do: Leg uit dat mensen met BDD zichzelf anders zien dan anderen hen zien (over-focus op details)

    Je kunt bijvoorbeeld uitleggen dat mensen met BDD een overmatige focus hebben op details. Dit komt doordat de hersenen zich daarop zijn gaan focussen.

     

    Do: Focus op het lijden, preoccupatie en de effecten van de symptomen op het leven

    Wanneer je wat verder in gesprek bent over de zorgen van iemand met BDD, kun je doorvragen op de invloed die dit heeft op bijvoorbeeld dagelijkse bezigheden, schoolprestaties, werk of het sociale leven. Zo geef je erkenning voor wat iemand voelt, laat je iemand zelf nadenken over zorgen of klachten, en kom je meer te weten over wat iemand met BDD doorstaat.

     

    Do: Ondersteun – begrijp dat ze lijden

    Dat doe je door geen negatief oordeel over iemand uit te spreken maar bovenstaande dingen te doen.

     

    Do: Focus op waarschijnlijke voordelen van behandeling (en indien relevant, de waarschijnlijkheid dat plastische chirurgie niet werkt)